
Door Klaas Fleurke
Zou je dat nu wel doen? Deze vraag kreeg uw verslaggever te horen van het thuisfront toen ik voorstelde om op de fiets naar Wagenborgen te gaan. Ja, waarom niet? Dat was mijn tegenvraag. Het klopt dat de weersvoorspellingen niet optimaal waren voor de vrijdagavond van de 12de juni 2026, maar op het moment dat ik het besloot was buienradar mild wat betreft neerslag in de avonduren. Hoewel? Meerdere keren hebben we de betrouwbaarheid van deze weerapp ter discussie gesteld. We zouden ons niet teveel door deze digitale snufjes moeten laten leiden maar gewoon afgaan wat de natuur ons te bieden heeft. En u als oplettende lezer weet dat ik van fietsen houd. En hoever is Veendam Wagenborgen helemaal? Hooguit een vijf kwartier fietsen. Stelt niet veel voor.
Dus van tevoren even de fietsroute bepalen en huppakee gaan met die banaan. Cameratas en paraplu – voor het geval dat – onder de snelbinder en via een paar fietsknooppunten zou ik het dorp met mijn stalen ros – zonder ondersteuning – gaan aanvliegen. Wel had ik op de heenreis de stevige wind in de rug. Zo kon ik heel ontspannen mijn voetbalbestemming voor die avond gaan opzoeken. Ik kan u verzekeren dat het fietsen door het Noordoost Groninger landschap het hoofd leeg maakt waardoor er heerlijk gemijmerd kan worden. Over bijvoorbeeld veertig jaar geleden. Gisteren – 11 juni – was het precies vier decennia geleden dat de plaatselijke voetbaltrots voor het eerst promoveerde naar de eredivisie. Een bomvol stadion aan De Langeleegte ontplofte. Het waren de gouden jaren voor de Veendammer profclub. Helaas moet ik al pedalerend constateren dat het ook al weer ruim 13 jaar geleden is dat het betaald voetbal in de Parkstad ter ziele ging. Gelukkig dat er zulke initiatieven zijn als in Wagenborgen. Dat we nog even weer herinneringen kunnen ophalen hoe het eens was. Dat we nog even een glimp kunnen opvangen van dat ooit zo roemrijke geelzwarte voetbalverleden.

Als ik al ver voorbij Noordbroek ben en zo direct het zware grindfietspad langs het water neem en het weidse Groninger landschap zich voor mij uitstrekt, gaat mijn telefoon. Mijn vrouw aan de lijn. Of ik wel op buienradar heb gekeken? Er zit heel veel onweer aan te komen later in de avond. Ja, ik had wel gekeken, maar dat had ik niet gezien. Een kort momentje van twijfel. Ik denk namelijk dat ik al over de helft ben en kijkend naar de lucht denk ik dat het nog lang droog blijft. Na een korte aarzeling besluit ik toch door te gaan. Maar dat ik er helemaal gerust op ben? Je wilt liever niet in het open landschap overvallen worden door een stevige onweersbui. Onbewust ga ik iets sneller fietsen. Via de knooppunten 66, 74 en 68 ga ik richting 6 en ga bij de Zwaagweg naar links. Daarna zou ik bij de Dellenweg rechts aanhouden en zo het dorp Wagenborgen moeten binnenfietsen. Bij een zijweggetje slaat de twijfel toe. Ik zie een bordje staan met De Dellen met daarop het teken van een doodlopende weg.
Iets verderop zie ik een auto staan waar een visser zijn spullen net uithaalt. Toch maar even vragen. Of hij hier bekend is? Ja, hoor. Logisch ook trouwens anders zou hij hier niet gaan vissen. Ik vraag hem of ik hier op de fiets langs kan om in Wagenborgen te komen. ‘Als je van uitdagingen houdt, kan je hier op de fiets verder. Maar het pad is verderop onverhard en je moet een hoogholtje over. Je kunt beter nog een stukje doorrijden en bij die boerderij die je daar ziet in verte rechtsaf gaan want dan rijd je zo Wagenborgen in.’ Daarna krijgt de viskeman in de gaten dat ik Gronings spreek. ‘Hailmoal uut Veendam? En most ook nog weer terugge? Dapper heur!’ Als ik hem vertel dat mijn vrouw verwacht dat er later onweer komt en zich een beetje zorgen maakt over mij als eenzame fietser, reageert de knauwende hengelaar nuchter. ‘Nait te drok mokk’n! Als’t gait onweren’n goa ik gewoon in de auto zitt’n, haha! Moar binn’n tien minuten bist er. Succes!’
Daarna rijd ik door en fiets inderdaad zo naar het Sportpark in Wagenborgen. Overal is te zien dat de voetbalvereniging deze dagen z’n 65 jubileum viert. Het feest zal opgeluisterd worden met een wedstrijd tegen de oud-profs van Veendam. Een vriendelijke steward bij de ingang staat me toe om mijn fiets te parkeren tegen een hekwerk bij de ingang. Aan alles merk ik dat de organisatie van dit jubileumweekend tot in de puntjes is geregeld. Er is werkelijk overal aan gedacht. Als ik vertel dat de razende reporter uit Veendam er is, krijg ik – net als alle bezoekers – een polsbandje om. Rond vijf uur was ik vertrokken en tegen half zeven loop ik het prachtige kunstgrasveld op. Er gaat natuurlijk niks boven echt gras, maar voor de voetbalclub hier in het dorp is dit echt schitterend.

Inmiddels zijn de spelers met de warming up begonnen en blijft de lucht er dreigend uitzien. Ik spreek even kort met materiaalman Klaas Drewel en we constateren dat het wat betreft aantal toeschouwers, net als laatst in Alteveer, nog niet stormloopt. Of dat met het weer te maken heeft? Klaas: ‘Ja, er zijn tegenwoordig zoveel andere dingen waar mensen naartoe kunnen gaan. Nu is er bijvoorbeeld ook het WK-voetbal. Maar het is nog vroeg hè. Er zullen nog wel meer mensen komen.’ Kort voor de wedstrijd vraag ik Armand Mac Andrew of hij als aanvoerder even kan regelen dat er een selectiefoto in het doel kan worden genomen. Hilariteit als verzorger/manueel therapeut Otto Voorma en teammanager/initiatiefnemer Harm Hensens nog ontbreken en op het laatste moment toch nog even in de lens komen kijken.
Even daarvoor had ik een rondje gemaakt langs het veld en het clubgebouw. Er is zelfs een museumpje gemaakt met allerlei materiaal uit de 65-jarige historie van de voetbalvereniging. Zoals eerder genoemd was de laatste jaren in het profbestaan van Veendam Wagenborgen het decor van de eerste oefenwedstrijd. In die zin ben ik hier als supporter/toeschouwer eerder geweest. Maar nog niet op de fiets, volgens mij. Kort nadat de wedstrijd is begonnen ontstaat er wederom hilariteit. Een groepje Wagenborgen-supporters ontsteekt enkele gekleurde rookbommen. Onbedoeld brengen ze de doelman van de thuisclub hiermee in verlegenheid. Op een gegeven moment roept de keeper van Wagenborgen: ‘Ik kan niks meer zien!’ Daarop legt de scheidsrechter van dienst de jubileumwedstrijd een paar minuten stil, zodat de rook zich door de wind laat oplossen. Lachende gezichten alom.
Ik laat Harm Hensens weten dat ik gezien de weersvooruitzichten kort voor de rust vertrek. Dat hij me maar even de doelpuntenmakers na afloop moet appen. De eerste treffer voor de Veendammers van Danny Blauw heb ik nog gezien. Het tweede doelpunt van Johnatan Opoku kort voor rust niet meer. Ik begaf me naar de uitgang om mij op te maken voor de terugreis. Een vriendelijke meneer van de organisatie zag me eerder vertrekken en vroeg kijkend naar mijn cameratas jolig: ‘Het rolletje is al vol? Haha.’

Met een glimlach op m’n gezicht aanvaardde ik de terugtocht. Ik keek naar de lucht en de radar en ging ervan uit dat ik droog in Veendam zou komen. De stevige wind was iets gaan liggen en van richting veranderd. Ik volgde dezelfde route terug. Eigenlijk had ik een paar foto’s moeten maken van de mooie – weliswaar dreigende – wolkenluchten en onbebouwde donkere horizonnen waartegen een historische poldermolen in vallend avondlicht schitterend afsteekt, maar ik stoempte geconcentreerd op de pedalen waarbij ik af en toe nieuwsgierig en een tikkeltje ongerust omhoogkeek. Ik moest zonder te stoppen verder. Zwoegen als vrijbrief voor prettige voetbalgedachten. Zoals altijd lijkt de terugweg korter te zijn en te duren dan heen – dat komt omdat je alles op de heenreis al een keer hebt gezien. De visser zat nog steeds op z’n zelfde stekkie. Ik wilde hem uit de verte nog groeten maar hij zou me toch niet kunnen zien.
In een flits stak er een haas voor m’n fiets aan de Zwaagweg over. Ik belde het thuisfront om te vertellen dat ik inmiddels aan mijn terugtocht was begonnen. Als ik eerst maar weer in de bebouwde wereld zou komen. Noordbroek was dichterbij dan ik dacht. Eenmaal van Zuidbroek naar Veendam over de Tussenklappen zag ik dat de lucht boven Veendam zich aan het zetten was. Ik reed over de Middenweg in Muntendam toen ik de natuurlijke regendouche aan zag komen. Even later viel het er losjes uit. Toevallig reed ik net langs een bushokje waarin ik kon schuilen. Bijna droog thuis wilde ik niet op het laatste moment druipnat worden. Ik zag op mijn radar dat het ongeveer een kwartier zou duren. In de stromende regen zag ik veel verkeer langskomen. Vanuit Veendam kwamen fietsende mensen die eruit zagen als verzopen katten. Ze kwamen van de intocht van de avondvierdaagse waarbij de laatste lopers dus een hoop water over zich heen kregen. Eén kletsnatte fietser riep mij toe: ‘Het wordt zo weer droog hoor!’

Ik zag het appje van Harm Hensens binnenkomen. De wedstrijd in Wagenborgen was inmiddels afgelopen. Kort na rust had Danny Blauw na een steekpass van Arjan Wiegers de 0-3 gemaakt middels een schitterend lobje. Daarna liep Oud BV/SC Veendam verder uit via Johnatan Opoku na goed voorbereidend werk van Erwin Buurmeijer en voor Wagenborgen mocht twintig minuten voor tijd Eric Kort de eretreffer voor de jubilerende voetbalclub maken. Harm: ‘We hebben een klein beetje regen gehad. Het begint nu harder.’
De plensbui in Muntendam was inmiddels over en zodoende kon ik laverend tussen de plassen door droog thuiskomen. Uw verslaggever gaat nu met zomerreces maar ik ben blij dat ik tóch naar Wagenborgen ben gegaan.
Meer foto’s zijn te zien op Facebookpagina De Langeleegte huilt.